INDIENINGSVEREISTEN OMGEVINGSVERGUNNING PDF

p2hv{}erlappingourstyleplease{position:absolute;top:0;left:0;bottom :0;widthpx;padding:0;margin:0;overflow:auto}.p2hv. Wabo 1 oktober o.a.. Woningwet Wet Ruimtelijke ordening. Wet milieubeheer. Wet op de waterhuishouding. Natuurbeschermingswet. 1 Rapport in het kader van afstudeeropdracht L E I D R A A D B R A N D V E I L I G H E I D v o o r b e s t a a n d e z o.

Author: Morisar Kataur
Country: Somalia
Language: English (Spanish)
Genre: Video
Published (Last): 11 June 2015
Pages: 120
PDF File Size: 4.61 Mb
ePub File Size: 4.13 Mb
ISBN: 619-2-97173-303-6
Downloads: 13937
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Shalabar

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen. Hoofdstuk 2 De aanvraag bouwvergunning. Hoofdstuk 3 De melding. Hoofdstuk 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk.

Hoofdstuk 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte. Hoofdstuk 6 Brandveilig gebruik.

Hoofdstuk 7 Overige gebruiksbepalingen. Hoofdstuk 10 Overige administratieve bepalingen.

Hoofdstuk 12 Straf- overgangs- en slotbepalingen. Bijlage 5 Activiteiten samenhangende met slopen en bedreigingen. Bijlage 6 Checklist van bedreigde objecten, functies en maatregelen ten behoeve van de opsteller van het sloopveiligheidsplan.

Bijlage 7 Voorbeeld voor inhoudsopgave sloopveiligheidsplan. Bijlage 8 Keuzetabel voor de vaststelling van deelstromen bij sloop. Bijlage 10 Handreiking voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van indieningavereisten.

Omgevingsvergunning voor het bouwen: Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente:. Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied dat door de provincie Gelderland is aangeduid als bestaand bebouwd gebied in het kader van de structuurvisie. Hoofdstuk 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden.

Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of —stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NENuitgave De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.

Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2. Burgemeester en wethouder kunnen gedeeltelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 1.

Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2. Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning.

Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:. In afwijking van het bepaalde in artikel 2. Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen. Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 2. Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet van toepassing op:. In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:. Voor het bouwen boven een weg kan alleen afwijking worden toegestaan, indien niet lager gebouwd wordt dan: In afwijking van het verbod tot het bouwen op de weg kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:.

Wabo onder de loep by Ruud van den Busken on Prezi

Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw indienjngsvereisten in de voorgevelrooilijn zijn geplaatst. Het bepaalde in het indieningsvreeisten lid is niet van toepassing in:. Het bevoegd gezag omgevinhsvergunning de omgevingsvergunning verlenen in afwijking en onder sub omgevingsvergunnjng verlenen van het bepaalde in het eerste lid voor:. De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de voorgevelrooilijn en bevindt zich:.

Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de achterzijden van die bebouwing – in het belang van de toetreding van daglicht – over een afstand van ten minste 5 meter ter weerszijden van bedoeld snijpunt ten minste 2 meter terugliggen ten opzichte van beide achtergevelrooilijnen. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, voor zover de aard, de indeling en het gebruik van de gebouwen in de hoekbebouwing dit toelaten.

  LUCIO DI JASIO PDF

Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet van toepassing op:. In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:.

Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten minste een strook grond omvat die:. De omgefingsvergunning genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw.

Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld in artikel 2. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in:. Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle breedte daarvan. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:.

De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van omgevingsverggunning erf indieninysvereisten zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die:. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.

Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te scheiden erf of terrein. Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van omtevingsvergunning hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist dan die welke deel uitmaken van de hoogspanningslijn.

Bij het bepalen van ogmevingsvergunning afstand moet rekening worden gehouden met het uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder hoogspanningslijn indieninggsvereisten in dit artikel verstaan een lijn met een nominale elektrische spanning van 1.

Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen bouwvergunningplichtige bouwwerken indiejingsvereisten gebouwd. Het indieningscereisten gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van:. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde van de smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek af gelijk aan de afstand tussen indieningsvereistrn voorgevelrooilijn van de smalle weg, doch over geen grotere lengte dan 15 meter.

De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn.

Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt geldt ter bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het eerste lid, de dichtst bij gelegen tegenoverliggende rooilijn.

Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter plaatse van die onderbreking de verst verwijderde van de beide ter weerszijden van de onderbreking voorkomende rooilijnen. De omgevingsvergunninv het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk.

Indien de te beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig lopen, wordt voor elke 5 meter breedte van de achterzijde van het bouwwerk uitgegaan van de gemiddelde afstand tussen de achtergevelrooilijnen. Indien een tegenoverliggende achtergevelrooilijn ontbreekt, wordt gemeten tot de dichtstbijzijnde tegenover de achtergevelrooilijn gelegen voorgevelrooilijn. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.

  ECA CONFEO PREMIX PDF

Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan straatpeil indjeningsvereisten, moet de in het eerste lid bedoelde hoogte worden verminderd met een maat, gelijk aan het verschil tussen het straatpeil en het peil van het onderhavige terrein ter plaatse van de achtertoegang bij voltooiing van de bouw.

Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de bebouwing, gelegen aan omgevingsergunning ene weg, doorgebouwd zijn tot aan de voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien in die achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt – onverminderd het bepaalde in artikel 2.

Deze afstand moet op dezelfde wijze worden bepaald als beschreven is in artikel 2. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger is dan de voorgevel. Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een zijgevel heeft die gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de – krachtens artikel 2.

De hoogte van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 15 meter. Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze wegen op verschillende hoogten liggen, geldt de hoogte ten opzichte van de laagst gelegen weg. De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel 2. De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten indieningsereisten opzichte van straatpeil. Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in artikel 2.

Het bepaalde in artikel 2. In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de toegelaten bouwhoogte als bedoeld in de artikelen 2.

Deze laatste voorwaarde geldt niet voor gekoppelde dakvensters, die tot verschillende gebouwen behoren. In andere gevallen dan bedoeld in de mogevingsvergunning 2. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Rapport in het kader van afstudeeropdracht L E I D R A A D B R A N D V E I L I G H E I D

Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning omgevingsverunning het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Hierbij wordt uitgegaan van weinig stedelijk gebied.

De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor omgeevingsvergunning laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid:. Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtaanduidingen. Paragraaf 7 Aansluitplicht op nutsvoorzieningen. De in artikel 2. Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid op woningen, waarin voor het kunnen koken een andere energiebron dan gas aanwezig is en voor verwarming geen individuele aansluiting van gastoevoer nodig is. Hoofdstuk 5 Staat van open erven en terreinen.

Bouwverordening gemeente Groesbeek 2015

Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen. Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen. Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar. Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand. Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid.